Ridderspoor

Ridderspoor (Delphinium consolida) is zo’n bloem die meteen hoogte geeft aan je pluktuin. De lange, slanke aren steken boven andere bloemen uit en zorgen voor lucht en beweging in een boeket. Vooral de blauwtinten zijn geliefd, maar ook roze en wit doen het prachtig tussen zachtere vormen.

Ridderspoor in het kort


  • Delphinium consolida
  • Standplaats: Zon
  • Kleur: Verschillende kleuren
  • Hoogte: 80 - 180 cm
  • Plantafstand: 25 - 40 cm
  • Ondersteuning: Ja
  • Kiemtemperatuur: 15-18 °C
j
f
m
a
m
j
j
a
s
o
n
d
Voorzaaien
Afharden
Uitplanten
Buiten zaaien
Bloeien

Ridderspoor zaaien


Ridderspoor is een koudekiemer. Dat betekent dat het zaad beter kiemt na een periode van kou. Daarom wordt ridderspoor bij voorkeur in het najaar gezaaid. De winter zorgt dan vanzelf voor de juiste omstandigheden.

Voorjaar zaaien kan ook, maar vraagt een extra stap met een koude periode in de koelkast.

Voorzaaien


Voorzaaien in het kort

  • Zaai in september of oktober
  • Gebruik diepe potjes of trays
  • Zaai bovenop potgrond en dek af met vermiculiet
  • Zet de potten buiten of in een koude kas
  • Houdt de grond ligt vochtig

Voorzaaien in het voorjaar

  • Zaai in februari of maart
  • Zet de gezaaide potjes 3 weken in de koelkast bij ca. 4 graden
  • Laat de zaden ontkiemen bij 15 graden

Zonder koudeperiode kan de kieming laag zijn. Zet de potten niet warm weg. Ridderspoor kiemt slecht bij hoge temperaturen.

Wat heb je nodig

  • Fijne zaaigrond
  • Zaaibak of kleine potjes
  • Ridderspoorzaad
  • Fijne gieter
  • Labels
  • Watervaste stift
Lathyrus zaailing in pot

Lathyrus zaailing in pot

Lathyrus Odoratus zaden

Lathyrus zaden

Stappenplan:

  1. Vul de potjes met fijne zaaigrond
  2. Druk de grond licht aan
  3. Zaai het zaad dun uit over het oppervlak
  4. Druk het zaad voorzichtig aan (niet afdekken)
  5. Dek af met een dun laagje vermiculiet
  6. Bevochtig met een plantenspuit
  7. Zet koud buiten of in een koude kas
  8. Na kieming: koel en zo licht mogelijk zetten

De potten blijven buiten staan in de winter. De kou zorgt ervoor dat het zaad in het voorjaar gelijkmatig kiemt. Dit geeft sterke planten met stevige wortels.

Gebruik diepe potten, omdat ridderspoor een penwortel vormt. Die wortel moet recht naar beneden kunnen groeien.

Na het kiemen


Na het kiemen

  • Zet de planten koel en licht
  • Bescherm tegen strenge vorst
  • Houd de grond licht vochtig
  • Dun uit tot één sterke plant per pot

In het voorjaar verschijnen de eerste zaailingen. Zet de potten op een lichte plek en houd ze koel. Te warme omstandigheden zorgen voor slappe, uitgerekte planten.

Ridderspoor kan lichte vorst verdragen, maar jonge planten in pot zijn gevoeliger dan planten in de volle grond. Bij strenge vorst is bescherming verstandig.

Dun de zaailingen uit zodat er per pot één sterke plant overblijft. Dit voorkomt concurrentie en zorgt voor stevigere groei.

Lathyrus Odoratus planten en ondersteunen

Lathyrus in de grond

Afharden


Voordat ridderspoor naar buiten gaat, moeten ze wennen aan buitenomstandigheden.

Afharden in het kort

  • Begin ongeveer een week voor het uitplanten
  • Zet de planten elke dag iets langer buiten
  • Start beschut
  • Vermijd nachtvorst

Voordat ridderspoor naar buiten gaat, moeten ze wennen aan buitenomstandigheden.

Uitplanten


Ridderspoor wordt in het voorjaar uitgeplant zodra de planten stevig genoeg zijn en de kans op strenge vorst voorbij is. Omdat ridderspoor een penwortel maakt, is het belangrijk om voorzichtig te werken bij het verplanten.

Uitplanten in het kort

  • Plant uit vanaf april
  • Kies een zonnige plek
  • Houd 25–30 cm afstand
  • Geef na het planten water

Waar plant je ridderspoor?

Ridderspoor groeit het best op:

  • een zonnige plek
  • goed doorlatende grond
  • een plek met voldoende luchtcirculatie

In halfschaduw worden de stelen langer en minder stevig. Natte, zware grond vergroot de kans op uitval.

Zo plant je ridderspoor uit:

  1. Maak een ruim plantgat.
  2. Zet de plant op dezelfde diepte als in de pot.
  3. Druk de grond voorzichtig aan.
  4. Geef direct water.

Werk rustig bij het uitnemen uit de pot. Probeer de wortelkluit intact te houden. Beschadiging van de penwortel kan de groei vertragen.

Ondersteuning


Ridderspoor maakt lange, slanke bloemaren die gevoelig zijn voor wind en regen. Zonder ondersteuning kunnen de stelen knakken of scheef groeien.

Ondersteuning in het kort

  • Gebruik netgaas of bamboestokken
  • Plaats ondersteuning direct bij het uitplanten

    Horizontaal netgaas werkt het best in de pluktuin. Span het gaas op ongeveer 30–40 cm hoogte. De planten groeien erdoorheen en krijgen zo rondom steun.
    Bamboestokken kun je gebruiken om enkele planten losjes vast te binden.

    Verzorging


    Ridderspoor groeit het best in koele omstandigheden met voldoende licht en lucht.

    Verzorging in het kort

    • Geef water bij droogte
    • Zorg voor goed doorlatende grond
    • Bemest matig
    • Top de plant niet

    Niet toppen

    Ridderspoor wordt niet getopt. De plant groeit met één centrale bloemaar. Door de hoofdstengel te verwijderen, wordt de bloei vertraagd en verliest de plant zijn kenmerkende vorm. Voor stevige, lange aren is het beter de plant ongetopt te laten groeien.

    Bemesting

    Ridderspoor heeft geen zware bemesting nodig. Te veel stikstof zorgt voor snelle, zachte groei en slappere stelen.

    In de meeste tuinen is extra voeding niet nodig. Heb je arme grond, dan kun je bij het uitplanten een kleine hoeveelheid compost door de bovenlaag mengen. Meer is meestal niet nodig.

    Ridderspoor plukken


    Ridderspoor maakt één lange, centrale bloemaar per stengel. Dat is ook precies de kracht van deze bloem: die ene rechte, slanke aar die boven andere bloemen uitsteekt.

    Plukken in het kort

    • Pluk wanneer de onderste bloemen open zijn
    • De bovenste knoppen mogen nog dicht zijn
    • Snijd de steel diep af
    • Pluk in de ochtend

    Wanneer pluk je ridderspoor?

    Kijk naar de aar. Zijn de onderste bloemen open en zie je kleur in de knoppen daarboven? Dan is het een goed moment om te snijden.

    De bovenste knoppen openen zich later in de vaas. Wacht je tot de hele aar open is, dan blijft de bloem meestal minder lang mooi.

    Hoe pluk je ridderspoor?

    Snijd de steel zo diep mogelijk af, dicht bij de basis van de plant. Gebruik een scherpe schaar en zet de stelen direct in schoon water. Verwijder blad dat onder water zou komen te staan.

    Na het snijden van de hoofdaar kan de plant soms nog een kleinere tweede aar vormen vanuit zijscheuten. Die tweede bloei is minder krachtig, maar wel mooi meegenomen.

    lathyrus Odoratus bloemen

    Lathyrus bloemen klaar om geplukt te worden

    Veelvoorkomende problemen


    Ridderspoor groeit het best in koele omstandigheden met voldoende lucht en zon. Problemen ontstaan meestal door natte grond, te rijke voeding of wind.

    Omvallende stelen

    De lange bloemaren zijn gevoelig voor wind en zware regen. Zonder ondersteuning kunnen stelen knakken of scheef groeien.

    Plaats daarom tijdig netgaas of steunmateriaal. Wacht niet tot de planten al lengte hebben gemaakt.

    Omvallende planten

    Hogere rassen kunnen bij wind of zware regen omvallen. Dit komt vooral voor wanneer planten vrij staan of dicht op elkaar zijn geplant.

    Gebruik netgaas of ondersteuning bij het uitplanten. Plaats dit direct, zodat je later geen wortels beschadigt.

    Slappe of zachte groei

    Te veel stikstof of zeer vruchtbare grond kan zorgen voor snelle, zachte groei. De stelen worden dan minder stevig en gevoeliger voor omvallen.

    Bemest daarom matig en kies bij voorkeur een plek met normale, goed doorlatende grond.

    Slechte kieming

    Ridderspoor is een koudekiemer. Wanneer het zaad te warm wordt gezaaid of geen koudeperiode krijgt, kan de kieming laag zijn.

    Zaai bij voorkeur in het najaar of geef het zaad in het voorjaar eerst een koudeperiode.

    Geel blad onderaan

    Onderste bladeren kunnen vergelen bij langdurig natte grond of weinig luchtcirculatie. Dit komt vooral voor in zware, vochtige bodems.

    Zorg voor goede drainage en voldoende ruimte tussen de planten.