Ridderspoor zaaien
Ridderspoor is een koudekiemer. Dat betekent dat het zaad beter kiemt na een periode van kou. Daarom wordt ridderspoor bij voorkeur in het najaar gezaaid. De winter zorgt dan vanzelf voor de juiste omstandigheden.
Voorjaar zaaien kan ook, maar vraagt een extra stap met een koude periode in de koelkast.
Voorzaaien
Voorzaaien in het kort
Voorzaaien in het voorjaar
Zonder koudeperiode kan de kieming laag zijn. Zet de potten niet warm weg. Ridderspoor kiemt slecht bij hoge temperaturen.
Wat heb je nodig

Lathyrus zaailing in pot

Lathyrus zaden
Stappenplan:
De potten blijven buiten staan in de winter. De kou zorgt ervoor dat het zaad in het voorjaar gelijkmatig kiemt. Dit geeft sterke planten met stevige wortels.
Gebruik diepe potten, omdat ridderspoor een penwortel vormt. Die wortel moet recht naar beneden kunnen groeien.
Na het kiemen
Na het kiemen
In het voorjaar verschijnen de eerste zaailingen. Zet de potten op een lichte plek en houd ze koel. Te warme omstandigheden zorgen voor slappe, uitgerekte planten.
Ridderspoor kan lichte vorst verdragen, maar jonge planten in pot zijn gevoeliger dan planten in de volle grond. Bij strenge vorst is bescherming verstandig.
Dun de zaailingen uit zodat er per pot één sterke plant overblijft. Dit voorkomt concurrentie en zorgt voor stevigere groei.

Lathyrus in de grond
Afharden
Voordat ridderspoor naar buiten gaat, moeten ze wennen aan buitenomstandigheden.
Afharden in het kort
Voordat ridderspoor naar buiten gaat, moeten ze wennen aan buitenomstandigheden.
Uitplanten
Ridderspoor wordt in het voorjaar uitgeplant zodra de planten stevig genoeg zijn en de kans op strenge vorst voorbij is. Omdat ridderspoor een penwortel maakt, is het belangrijk om voorzichtig te werken bij het verplanten.
Uitplanten in het kort
Waar plant je ridderspoor?
Ridderspoor groeit het best op:
In halfschaduw worden de stelen langer en minder stevig. Natte, zware grond vergroot de kans op uitval.
Zo plant je ridderspoor uit:
Werk rustig bij het uitnemen uit de pot. Probeer de wortelkluit intact te houden. Beschadiging van de penwortel kan de groei vertragen.
Ondersteuning
Ridderspoor maakt lange, slanke bloemaren die gevoelig zijn voor wind en regen. Zonder ondersteuning kunnen de stelen knakken of scheef groeien.
Ondersteuning in het kort
Horizontaal netgaas werkt het best in de pluktuin. Span het gaas op ongeveer 30–40 cm hoogte. De planten groeien erdoorheen en krijgen zo rondom steun.
Bamboestokken kun je gebruiken om enkele planten losjes vast te binden.
Verzorging
Ridderspoor groeit het best in koele omstandigheden met voldoende licht en lucht.
Verzorging in het kort
Niet toppen
Ridderspoor wordt niet getopt. De plant groeit met één centrale bloemaar. Door de hoofdstengel te verwijderen, wordt de bloei vertraagd en verliest de plant zijn kenmerkende vorm. Voor stevige, lange aren is het beter de plant ongetopt te laten groeien.
Bemesting
Ridderspoor heeft geen zware bemesting nodig. Te veel stikstof zorgt voor snelle, zachte groei en slappere stelen.
In de meeste tuinen is extra voeding niet nodig. Heb je arme grond, dan kun je bij het uitplanten een kleine hoeveelheid compost door de bovenlaag mengen. Meer is meestal niet nodig.
Ridderspoor plukken
Ridderspoor maakt één lange, centrale bloemaar per stengel. Dat is ook precies de kracht van deze bloem: die ene rechte, slanke aar die boven andere bloemen uitsteekt.
Plukken in het kort
Wanneer pluk je ridderspoor?
Kijk naar de aar. Zijn de onderste bloemen open en zie je kleur in de knoppen daarboven? Dan is het een goed moment om te snijden.
De bovenste knoppen openen zich later in de vaas. Wacht je tot de hele aar open is, dan blijft de bloem meestal minder lang mooi.
Hoe pluk je ridderspoor?
Snijd de steel zo diep mogelijk af, dicht bij de basis van de plant. Gebruik een scherpe schaar en zet de stelen direct in schoon water. Verwijder blad dat onder water zou komen te staan.
Na het snijden van de hoofdaar kan de plant soms nog een kleinere tweede aar vormen vanuit zijscheuten. Die tweede bloei is minder krachtig, maar wel mooi meegenomen.

Lathyrus bloemen klaar om geplukt te worden
Veelvoorkomende problemen
Ridderspoor groeit het best in koele omstandigheden met voldoende lucht en zon. Problemen ontstaan meestal door natte grond, te rijke voeding of wind.
Omvallende stelen
De lange bloemaren zijn gevoelig voor wind en zware regen. Zonder ondersteuning kunnen stelen knakken of scheef groeien.
Plaats daarom tijdig netgaas of steunmateriaal. Wacht niet tot de planten al lengte hebben gemaakt.
Omvallende planten
Hogere rassen kunnen bij wind of zware regen omvallen. Dit komt vooral voor wanneer planten vrij staan of dicht op elkaar zijn geplant.
Gebruik netgaas of ondersteuning bij het uitplanten. Plaats dit direct, zodat je later geen wortels beschadigt.
Slappe of zachte groei
Te veel stikstof of zeer vruchtbare grond kan zorgen voor snelle, zachte groei. De stelen worden dan minder stevig en gevoeliger voor omvallen.
Bemest daarom matig en kies bij voorkeur een plek met normale, goed doorlatende grond.
Slechte kieming
Ridderspoor is een koudekiemer. Wanneer het zaad te warm wordt gezaaid of geen koudeperiode krijgt, kan de kieming laag zijn.
Zaai bij voorkeur in het najaar of geef het zaad in het voorjaar eerst een koudeperiode.
Geel blad onderaan
Onderste bladeren kunnen vergelen bij langdurig natte grond of weinig luchtcirculatie. Dit komt vooral voor in zware, vochtige bodems.
Zorg voor goede drainage en voldoende ruimte tussen de planten.

