Strobloem

Strobloemen (Xerochrysum bracteatum) zijn echte zomerbloeiers met papierachtige bloemen die hun kleur behouden, ook wanneer ze drogen. De stevige stelen en opvallende kleuren maken ze geschikt voor boeketten, maar ook voor droogwerk.

Strobloem in het kort


  • Xerochrysum bracteatum (voorheen Helichrysum bracteatum)
  • Standplaats: Zon
  • Kleur: Verschillende kleuren
  • Hoogte: 60 - 100 cm
  • Plantafstand: 25 - 30 cm
  • Ondersteuning: Soms, bij hoge rassen
  • Kiemtemperatuur: 18 - 22 °C
j
f
m
a
m
j
j
a
s
o
n
d
Voorzaaien
Afharden
Uitplanten
Bloeien

Strobloem zaaien


Ridderspoor is een koudekiemer. Dat betekent dat het zaad zowel een koude als een warme periode nodig heeft om te ontkiemen. Daarom wordt ridderspoor bij voorkeur in het najaar gezaaid in de (koude) kas. De winter zorgt dan vanzelf voor de juiste omstandigheden. Het uiteindelijke ontkiemen gebeurd door de warmte in het voorjaar.

In het voorjaar zaaien kan ook, maar vraagt een extra stap met een koude periode in de koelkast.

Voorzaaien


Voorzaaien in het kort

  • Zaai in september of oktober
  • Gebruik diepe potjes of trays
  • Zaai bovenop potgrond en dek af met vermiculiet
  • Zet de potten buiten of in een koude kas
  • Houdt de grond ligt vochtig

Je kunt zowel zaaitrays als potjes gebruiken. Wanneer je kiest voor een zaaitray moet je de zaailingen op een later moment verspenen (verplaatsen) naar een groter potje. Als je zaait in potjes hoeft dat niet meer.

Wat heb je nodig

  • Fijne zaaigrond
  • Optioneel: vermiculiet
  • Potjes van ongeveer 9 cm of een zaaitray
  • Ridderspoorzaad
  • Fijne gieter
  • Een schaal of lekschotels
  • Labels
  • Watervaste stift
Lathyrus zaailing in pot

Lathyrus zaailing in pot

Lathyrus Odoratus zaden

Lathyrus zaden

Stappenplan:

  1. Bepaal of de zaden nog een koude periode nodig hebben.
  2. Vul de potjes of zaaitray met potgrond, druk het niet te hard aan. Houdt het luchtig.
  3. Druk de grond licht aan
  4. Zaai het zaad dun uit over het oppervlak
  5. Druk het zaad voorzichtig aan (niet afdekken)
  6. Dek af met een dun laagje vermiculiet
  7. Bevochtig met een plantenspuit
  8. Zet koud in de kas of zet ze 3 weken in de koelkast.
  9. Haal ze uit de koelkast en laat de zaden ontkiemen in een kamer van 15 °C. Zet ze niet in directe zon.
  10. Na kieming: koel en zo licht mogelijk zetten

De potten blijven buiten staan in de winter. De kou zorgt ervoor dat het zaad in het voorjaar gelijkmatig kiemt. Dit geeft sterke planten met stevige wortels.

Gebruik diepe potten, omdat ridderspoor een penwortel vormt. Die wortel moet recht naar beneden kunnen groeien.

Na het kiemen


Na het kiemen

  • Zet de planten zo licht mogelijk, in een kas of koel binnen.
  • Bescherm tegen strenge vorst
  • Houd de grond licht vochtig
  • Dun uit tot één sterke plant per pot

In het voorjaar verschijnen de eerste zaailingen. Zet de potten op een lichte plek en houd ze koel. Te warme omstandigheden zorgen voor slappe, uitgerekte planten.

Ridderspoor kan lichte vorst verdragen, maar jonge planten in pot zijn gevoeliger dan planten in de volle grond. Bij strenge vorst is bescherming verstandig.

Dun de zaailingen uit zodat er per pot één sterke plant overblijft. Dit voorkomt concurrentie en zorgt voor stevigere groei.

Lathyrus Odoratus planten en ondersteunen

Lathyrus in de grond

Verspenen


Als je ridderspoor in een zaaitray hebt gezaaid, moet je de zaailingen verspenen naar een groter potje. Dit doe je op het moment dat de plantjes 5 cm hoog zijn.

Verspenen in het kort

  • Op het moment dat de zaailingen 5 cm hoog zijn.
  • Gebruik potjes van minimaal 9 cm

Stappenplan:

  1. Vul een potje met luchtige potgrond.
  2. Maak de aarde rond de zaailing voorzichtig los met bijvoorbeeld een stokje.
  3. Til het plantje op aan het blad, eventueel met wat ondersteuning van een stokje. Pak het kwetsbare steeltje niet vast.
  4. Plant de zaailing in het potje.
  5. Druk de aarde zachtjes aan en geef voorzichtig water.
  6. Laat de jonge planten verder opgroeien op een goed lichte, vorstvrije plek. Dit kan ook de kas, maar bij kans op nachtvorst moet je ze wel naar binnen halen of afdekken met vliesdoek.

Afharden


Voordat ridderspoor naar buiten gaat, moeten ze wennen aan buitenomstandigheden.

Afharden in het kort

  • Begin ongeveer een week voor het uitplanten
  • Zet de planten elke dag iets langer buiten
  • Start beschut
  • Vermijd nachtvorst

Voordat ridderspoor naar buiten gaat, moeten ze wennen aan buitenomstandigheden.

Uitplanten


Ridderspoor wordt in het voorjaar uitgeplant zodra de planten stevig genoeg zijn en de kans op strenge vorst voorbij is. Omdat ridderspoor een penwortel maakt, is het belangrijk om voorzichtig te werken bij het verplanten.

Uitplanten in het kort

  • Plant uit vanaf april
  • Kies een zonnige plek
  • Houd 25–30 cm afstand
  • Geef na het planten water

Waar plant je ridderspoor?

Ridderspoor groeit het best op:

  • een zonnige plek
  • goed doorlatende grond
  • een plek met voldoende luchtcirculatie

In halfschaduw worden de stelen langer en minder stevig. Vooral natte wintergrond is een uitdaging voor deze plant. Gebruik daarom wat scherp zand of grit als je tuiniert op zware grond.

Zo plant je ridderspoor uit:

  1. Maak een ruim plantgat.
  2. Zet de plant op dezelfde diepte als in de pot.
  3. Druk de grond voorzichtig aan.
  4. Geef direct water.

Werk rustig bij het uitnemen uit de pot. Probeer de wortelkluit intact te houden. Beschadiging van de penwortel kan de groei vertragen.

Ondersteuning


Ridderspoor maakt lange, slanke bloemaren die gevoelig zijn voor wind en regen. Zonder ondersteuning kunnen de stelen knakken of scheef groeien.

Ondersteuning in het kort

  • Gebruik netgaas of bamboestokken
  • Plaats ondersteuning direct bij het uitplanten

Horizontaal netgaas werkt het best in de pluktuin. Span het gaas op ongeveer 30–40 cm hoogte. De planten groeien erdoorheen en krijgen zo rondom steun.
Bamboestokken kun je gebruiken om enkele planten losjes vast te binden.

Verzorging


Ridderspoor groeit het best in koele omstandigheden met voldoende licht en lucht.

Verzorging in het kort

  • Geef water bij droogte
  • Zorg voor goed doorlatende grond
  • Bemest matig
  • Top de plant niet

Niet toppen

Ridderspoor wordt niet getopt. De plant groeit met één centrale bloemaar. Door de hoofdstengel te verwijderen, wordt de bloei vertraagd en verliest de plant zijn kenmerkende vorm. Voor stevige, lange aren is het beter de plant ongetopt te laten groeien.

Bemesting

Ridderspoor heeft geen zware bemesting nodig. Te veel stikstof zorgt voor snelle, zachte groei en slappere stelen.

In de meeste tuinen is extra voeding niet nodig. Heb je arme grond, dan kun je bij het uitplanten een kleine hoeveelheid compost door de bovenlaag mengen. Meer is meestal niet nodig.

Ridderspoor plukken


Ridderspoor maakt één lange, centrale bloemaar per stengel. Dat is ook precies de kracht van deze bloem: die ene rechte, slanke aar die boven andere bloemen uitsteekt.

Plukken in het kort

  • Pluk wanneer de onderste bloemen open zijn
  • De bovenste knoppen mogen nog dicht zijn
  • Snijd de steel diep af
  • Pluk in de ochtend

Wanneer pluk je ridderspoor?

Kijk naar de aar. Zijn de onderste bloemen open en zie je kleur in de knoppen daarboven? Dan is het een goed moment om te snijden.

De bovenste knoppen openen zich later in de vaas. Wacht je tot de hele aar open is, dan blijft de bloem meestal minder lang mooi.

Hoe pluk je ridderspoor?

Snijd de steel zo diep mogelijk af, dicht bij de basis van de plant. Gebruik een scherpe schaar en zet de stelen direct in schoon water. Verwijder blad dat onder water zou komen te staan.

Na het snijden van de hoofdaar kan de plant soms nog een kleinere tweede aar vormen vanuit zijscheuten. Die tweede bloei is minder krachtig, maar wel mooi meegenomen.

lathyrus Odoratus bloemen

Lathyrus bloemen klaar om geplukt te worden

Veelvoorkomende problemen


Ridderspoor groeit het best in koele omstandigheden met voldoende lucht en zon. Problemen ontstaan meestal door natte grond, te rijke voeding of wind.

Omvallende stelen

De lange bloemaren zijn gevoelig voor wind en zware regen. Zonder ondersteuning kunnen stelen knakken of scheef groeien.

Plaats daarom tijdig netgaas of steunmateriaal. Wacht niet tot de planten al lengte hebben gemaakt.

Omvallende planten

Hogere rassen kunnen bij wind of zware regen omvallen. Dit komt vooral voor wanneer planten vrij staan of dicht op elkaar zijn geplant.

Gebruik netgaas of ondersteuning bij het uitplanten. Plaats dit direct, zodat je later geen wortels beschadigt.

Slappe of zachte groei

Te veel stikstof of zeer vruchtbare grond kan zorgen voor snelle, zachte groei. De stelen worden dan minder stevig en gevoeliger voor omvallen.

Bemest daarom matig en kies bij voorkeur een plek met normale, goed doorlatende grond.

Slechte kieming

Ridderspoor is een koudekiemer. Wanneer het zaad te warm wordt gezaaid of geen koudeperiode krijgt, kan de kieming laag zijn.

Zaai bij voorkeur in het najaar of geef het zaad in het voorjaar eerst een koudeperiode.

Geel blad onderaan

Onderste bladeren kunnen vergelen bij langdurig natte grond of weinig luchtcirculatie. Dit komt vooral voor in zware, vochtige bodems.

Zorg voor goede drainage en voldoende ruimte tussen de planten.